Brieven geschreven door Alfons Borm maar nooit verzonden

Brief aan Joop Koekkoek

Beste Joop,
Als eerste wil ik heel erg bedanken voor het vele werk wat ik kreeg toebedeeld van jou.
Je bent allang dood maar we konden met elkaar.
Jij was ongetwijfeld de meest markante man onder de grote theater- en organisatiebureaus.
En ik hou van markant, aan gewone mensen heb ik een broertje dood.
Daar kan je niet mee lachen en die hebben niets te zeggen waar mijn oren voor open staan.
Die hebben het alleen over de groenten in hun tuin en over de vaatwasser die aan vernieuwing toe is.
Wat had jij een prachtige zware stem en ik kon deze goed imiteren dus als ik bij jou op kantoor was en ze vroegen naar Joop nam ik de telefoon soms aan.
Mensen hadden niet door dat jij het niet was.
Ik handelde gewoon de klachten over Alfons Borm zelf af.
Geintje, want over mij waren er natuurlijk nooit klachten.
Onze eerste kennismaking vergeet ik nooit.
Ik kwam als jochie van twintig op jouw kantoor om mijn kindershow aan te prijzen.
Jij zei dat je dat met Will Wight deed.
Niet omdat die nou zo geweldig was maar omdat jullie samen op de kleuterschool hadden gezeten.
En toen kwam ik je tegen op een beurs in de RAI. Ik had inmiddels een aardig verhuurbedrijf.
Ik vroeg waarom je nooit met mijn attracties werkte waarop jij zei dat je dat met Lelyveld deed.
Maar...zei je, mocht ik ooit ruzie met ze krijgen kom ik bij jou. 
Een paar jaar later belde je en zei je dat je ruzie had met ze.
Haha.
We hebben daarna misschien wel duizend klussen voor je gedaan. 
Heerlijk dit soort dingen.
Heb zelf in mijn leven ook vastgehouden aan persoonlijke dingen .

Groet van een bewonderaar