Interview Alfons Borm met Pascal de Boer

Dankjewel voor die mooie intro, daar word ik bijna verlegen van.

Ja, ik ben afgelopen november veertig geworden. En dit seizoen, dat eind juni afloopt, heb ik tien maanden gewerkt in Cabaret de Licques in Frankrijk. Tien maanden is lang, zeker als je een gezin hebt.

Sinds de geboorte van mijn zoontje heb ik bewust geen lange buitenlandse seizoenen meer gedaan. Ik koos vooral voor kortere variété en showcontracten in Duitsland van maximaal drie maanden. Daardoor kon mijn gezin makkelijker mee of was het beter te combineren met thuis.

Cabaret de Licques heeft me drie jaar achter elkaar gevraagd en drie jaar lang heb ik nee gezegd. Ze bleven terugkomen en ieder jaar werd het aanbod financieel interessanter. De gage ging telkens omhoog. Dat is natuurlijk mooi en het voelt als waardering, maar geld is voor mij nooit de doorslaggevende factor geweest.

Zo heb ik bijvoorbeeld ook nee gezegd tegen Crazy Horse. Dat is natuurlijk een enorme naam en tien jaar geleden had ik daar waarschijnlijk meteen ja op gezegd. Alleen nu kijk ik daar anders naar, omdat ik weet wat het betekent voor mijn gezin.

Vorig jaar zei mijn vrouw uiteindelijk dat ik gek zou zijn als ik dit niet zou doen en dat we samen wel een manier zouden vinden om het te laten werken. Dat gaf mij het vertrouwen om het toch aan te gaan.

Het was wel een uitdaging. Gemiddeld waren we steeds drie tot vier weken uit elkaar en daarna weer drie tot vier weken samen. Vooral in het begin was dat zwaar. Maar op een gegeven moment ontstaat er een ritme en een routine. Niet dat het makkelijker wordt, maar je leert ermee omgaan.
Ik ben eerlijk, ik ben blij als het straks klaar is. Niet vanwege het werk, want dat is prachtig, maar vanwege de afstand. Dit is niet iets wat ik snel nog eens zou doen.

Juist omdat het op één vaste locatie was, kon ik het accepteren. Een reizend circus zoals Arlette Gruss heb ik daarom ook twee keer afgewezen. Terwijl ik daar ook tien jaar geleden waarschijnlijk meteen ja op had gezegd.
Dat is ook het mooie van ouder worden. Je ambities veranderen, omdat je leven verandert.
Maar ja inderdaad, daar sla je eigenlijk precies de spijker op zijn kop.
En ik denk dat dat beeld vooral in Nederland lange tijd heeft gespeeld. Of dat ooit helemaal verdwijnt, weet ik niet. Want soms heb ik het gevoel dat het niet uitmaakt wat ik doe. Terwijl ik de waardering in het buitenland vaak veel sterker voel dan in Nederland.

Waarom dat vroeger zo was, daar heb ik inmiddels wel veel over nagedacht. Ik ben tegenwoordig best goed in reflecteren.
Vroeger had ik een enorme droom en een enorme passie, maar ik had nul begeleiding. En juist daarom vind ik het nu zo belangrijk om jonge talenten te helpen als ik iets in ze zie. Als iemand naar mij toe komt met vragen, wat best vaak gebeurt, help ik graag. Omdat ik als geen ander weet hoe belangrijk begeleiding is.

Ik ben opgegroeid met alleen mijn moeder. Mijn vader is overleden toen ik zes was. Dus ik miste niet alleen een vaderfiguur, maar eigenlijk ook iemand die richting gaf.
Daardoor was ik vroeger vooral maar wat aan het doen. Ik leefde heel erg in mijn eigen droomwereld. Dat was mooi en veilig, maar niet altijd de realiteit.

Ook al zit ik nu 26 jaar in het vak, voelt het soms alsof ik pas de laatste twaalf jaar echt meetel. Natuurlijk leer je in die eerste jaren ontzettend veel, maar de echte groei kwam pas toen ik besefte dat veel van wat ik vroeger idealiseerde, de grote shows, de grote namen, vaak gewoon façade is.
Dat maakt jou als artiest niet beter. Het begint allemaal bij jezelf.

Ik luisterde vroeger heel veel naar anderen. Iedereen had een mening en ik was daar gevoelig voor, omdat ik onzeker was. Ik dacht altijd dat oudere of ervaren mensen het wel beter zouden weten. En soms is dat ook zo. Maar uiteindelijk heeft iedereen zijn eigen pad, zijn eigen karakter en zijn eigen manier van groeien.
Ik zeg altijd, je moet alles opnemen als een spons, maar ook durven uitwringen wat je niet nodig hebt.
En dat is wat ik ben gaan doen.
Vanaf het moment dat ik stopte met mezelf steeds te vergelijken en niet meer alleen deed wat anderen vonden dat goed was, ben ik mijn eigen weg gaan lopen.

En eigenlijk is vanaf dat moment ook het succes gekomen.
Wat een leuke en interessante vraag. Juist omdat dit geen standaardvraag is, maar echt wat dieper gaat. Daar hou ik wel van. 

Als kind was ik echt een dromer. Heel nieuwsgierig, gevoelig en altijd met mijn hoofd ergens anders.

Ik weet nog heel goed dat er op mijn schoolrapporten vaak stond dat Pascal erg dromerig was. Ons klaslokaal keek uit op het sportveld en ik zat vaak naar buiten te kijken en te fantaseren. Dan zag ik daar in mijn hoofd mijn eigen circus opgebouwd staan. Ik bedacht precies hoe het eruitzag en wat ik daar allemaal zou doen.
Later dacht ik, ik wil helemaal geen eigen circus want dat is veel te veel werk. Maar dat zegt wel iets over hoe mijn hoofd toen al werkte.

Ik werd voor zover ik weet niet echt gepest. Ik was altijd een beetje een chameleon. Ik kon me goed aanpassen aan verschillende mensen en groepen. En ondanks dat ik anders was dan veel anderen, en mensen dat ook wel voelden, ben ik altijd eerlijk geweest over wat ik wilde. Ook al vond ik het spannend om hardop te zeggen dat ik clown wilde worden.
Toch werd dat eigenlijk altijd wel gerespecteerd.

Wat ik nu heel mooi vind, is dat ik nog steeds oude klasgenoten spreek, en zelfs oude leraren en leraressen, die me volgen en dan zeggen dat ik vroeger al precies wist wat ik wilde worden. En dat ik een van de weinigen ben die dat ook echt heeft waargemaakt. Dat vind ik bijzonder.

Maar ik heb wel altijd een bepaalde bewijsdrang gehad. Vooral omdat ik vroeger vaak hoorde dat het niks zou worden of dat mijn dromen niet realistisch waren.

En juist omdat ik gevoelig en onzeker was, heeft dat iets in mij aangewakkerd.

Zo van, denk jij dat ik het niet kan? Dan ga ik je laten zien dat ik het wel kan.
En ik denk dat die drive nog steeds ergens in mij zit.
Ik denk dat ik me in het verleden altijd heel nederig heb opgesteld tegenover producties en andere artiesten.
Zeker in de circuswereld zie je vaak een bepaald haantjesgedrag. Veel opscheppen, veel jezelf neerzetten. Dat heb ik nooit echt begrepen, misschien ook omdat ik me daar nooit helemaal prettig bij voelde.

Maar om je vraag eerlijk te beantwoorden, ja, ik denk dat bijna iedere artiest ergens houdt van aandacht.
En ik denk ook dat dat bij mij al heel vroeg begonnen is.

Ik weet nog goed dat ik vier jaar oud was en met mijn familie voor het eerst naar het circus ging op het Malieveld in Den Haag. Dat was Circus Krone tijdens hun Europatour. Daar zag ik voor het eerst een clown die me compleet omverblies.
Dat waren niet de Tony Alexis clowns, maar een andere poëtische clown Pierino. Hij deed hele mooie, bijna dromerige reprises met dieren en muziek. Heel anders dan wat ik kende. Dat voelde magisch.

En ik denk dat ik daar voor het eerst besefte wat magie met mensen doet. Je doet iets en een hele tent zit ademloos naar je te kijken. Dat gevoel van verbinding, van aandacht, dat raakte me diep. En ergens wist ik toen al dat ik dat ook wilde.

Dus ja, waardering is belangrijk. Ons vak draait om reactie.
Applaus, complimenten, lachen, ontroering, dat is brandstof.

Voor mij werkt dat bijna als een soort drugs. Ik rook niet, ik drink niet, ik gebruik geen drugs, ik heb eigenlijk geen echte guilty pleasures. Maar ik ben er wel achter gekomen dat als ik langere tijd niet speel, ik me gewoon minder goed voel.
Dan mis ik iets. De bühne, die energie, het publiek, dat is echt een behoefte.

En toch vind ik het gek genoeg nog steeds moeilijk als iemand mij één op één een compliment geeft. Dat blijft ongemakkelijk. Misschien omdat je in deze wereld vaak sneller negatieve dingen hoort dan positieve. Zeker vanuit mensen binnen het vak.

Maar het mooie is dat het publiek altijd eerlijk is.
Of dat nou in Frankrijk is, in een cabaret, of in een circus in Nederland of een variété in Duitsland, het publiek voelt meteen of iets echt is.

En ik denk dat een van mijn sterkste kanten is dat ik me altijd heel sterk verbind met mijn publiek. Ik pas me aan, voel de zaal aan en bereik mensen echt. Niet omdat ik iets speel, maar omdat ik daar oprecht sta. En ik denk dat dat misschien wel mijn grootste geheim is. Dat ik nog steeds echt plezier voel in wat ik doe.
Wat leuk dat je dat opmerkt, en ook dat je ziet dat ik graag schrijf. Dankjewel voor dat compliment.

Schrijven is iets wat ik eigenlijk pas echt ontdekt heb in coronatijd. En ik moet eerlijk zeggen dat ik soms denk dat ik dingen beter op papier kan zetten dan dat ik ze uitspreek. Schrijven geeft mij rust. Ik kan daar veel preciezer in zijn.

In die periode, toen we allemaal niet konden werken, heb ik ook mijn autobiografie geschreven met de titel, Na het slotapplaus. Eigenlijk was dat iets wat ik pas aan het einde van mijn carrière wilde doen, maar corona gaf ineens de ruimte om daarmee bezig te zijn.

In het begin was het vooral om mezelf bezig te houden en iets nieuws uit te proberen, maar uiteindelijk werkte het ook als therapie.

Voor corona ging alles zo snel. Ik vloog van contract naar contract en had eigenlijk nooit de tijd om echt stil te staan of dingen te verwerken. Dat boek gaf me voor het eerst de kans om terug te kijken. En daar heb ik echt leren schrijven.

Als ik dat boek nu teruglees, denk ik soms wel oei, dat zou ik nu heel anders schrijven. Maar dat hoort ook bij groei. Dat was het begin en het smaakte absoluut naar meer. Het boek was trouwens heel snel uitverkocht en vanuit het buitenland is er ook veel vraag naar. Misschien moet ik toch maar denken aan een tweede druk.

Daarnaast heb ik ook altijd liedjes geschreven. Voor mezelf, maar ook voor anderen. In totaal een stuk of zes voor mezelf en ook een aantal voor anderen, onder andere voor Circus Royal. Dat heb ik altijd met veel plezier gedaan.
Dus schrijven zit eigenlijk al langer in me dan ik zelf dacht.
En je hebt gelijk in wat je zegt. Wat je op papier zet, blijft. Dat besef ik steeds meer.

Daarom ben ik tegenwoordig ook veel meer bezig met documenteren en filmen. Dingen vastleggen, momenten bewaren, iets creëren dat blijft bestaan.

We zijn nu bijvoorbeeld bezig met een nieuw project in de zomer, op Sinterklaasgebied. Dat is ook altijd een grote passie van mij geweest. Daar ontwikkelen we nu een serie omheen, met een bijpassend evenement.

Ik merk gewoon dat ik heel veel dingen leuk vind. Dat is altijd al zo geweest. Ik heb me nooit op één ding kunnen focussen.

Waar ik vroeger heel gefocust was op circusclown worden, is dat inmiddels veel breder geworden. Dat circusclowntje van vroeger is nu uitgegroeid tot de komiek die ik vandaag ben. Daardoor kan ik nu net zo goed in een circus staan als in theater, dinnershow of cabaret.
En ik denk dat dat komt omdat ik altijd breed ben gebleven.

Ook toen ik begon in Duinrell en later werkte voor een evenementen en entertainmentbureau, heb ik ontzettend veel geleerd buiten alleen het clownswerk om.
En al die ervaringen zie je nu terug in mijn acts en shows.

Dus ja, je hebt wel gelijk. Misschien moet ik inderdaad nog meer met dat schrijverstalent gaan doen.
Om te beginnen is Toon Hermans sowieso één van mijn grootste helden. En ik denk dat hij daar ook gewoon gelijk in had. Dat geldt volgens mij nog steeds.

Ik heb soms wel mijn twijfels over hoe bepaalde dingen in deze wereld worden beoordeeld. Zeker in de circus- en entertainmentwereld zie je soms dat dingen een beetje via een bepaald netwerk of een soort “ons kent ons” systeem gaan. Dat voelt voor mij niet altijd eerlijk of logisch.
Daarom heb ik ook nooit echt circusfestivals gedaan tot nu toe, terwijl ik daar wel voor ben gevraagd. Ik vond dat altijd een lastig wereldje, omdat het soms voelt alsof je vooral moet presteren voor een kleine groep mensen die er zelf al helemaal in zit.

En eerlijk gezegd vind ik ook dat er in het schnabbelcircuit of in de dagelijkse praktijk vaak artiesten zitten die veel sterker zijn dan wat je soms op grote festivals ziet. Dat is mijn persoonlijke gevoel daarbij.

Ik mis Nederland wel heel erg en ik zou er ook graag meer optreden. Alleen zie je ook dat het voor dit soort shows lastig is om publiek te trekken. Als je een goede variétéshow neerzet, zoals wij ook hadden met Bravour the Show, dan weet ik dat mensen met een grote glimlach naar huis gaan. Alleen moet je ze eerst wel in de zaal krijgen. Daar helpt bekendheid natuurlijk bij.

Ik ben in de loop der jaren ook benaderd door televisieproducties, door heel Europa en zelfs Amerika, vooral die Got Talent-achtige shows.

Daar werd ook vaak flink geld geboden om mee te doen en je act te laten zien, soms zelfs met de belofte dat je daarmee het niveau van het programma zou verhogen. Maar ik vond dat altijd heel tricky. Je staat toch met je gezicht op televisie, en je weet niet hoe het wordt neergezet of hoe de jury reageert. Misschien speelt daar ook wel onzekerheid mee, dat kan ik niet uitsluiten. Maar ik heb vaak getwijfeld of dat voor mij de juiste weg was.

Ik ben uiteindelijk door heel veel landen benaderd geweest, van Nederland tot Duitsland, Amerika, Spanje en Italië. Maar telkens als het concreet werd, haakte ik toch af als ik die contracten zag of voelde dat het niet helemaal bij mij paste.
Misschien ben ik daarin wat ouderwets, of denk ik er te lang over na…
Sem deed in de coronaperiode mee aan online clownsworkshops die ik gaf. Dat waren niet alleen clowns, maar ook komieken, burlesque-artiesten en andere performers. Een mix van verschillende disciplines.

Sem volgde mij op Facebook en ik heb hem zelf getipt. Ik zei: “Misschien is dat ook interessant voor jou, ook al ben je nog heel jong.” Volgens mij was hij toen twaalf.

Tijdens die workshops leerde ik hem steeds beter kennen. Daarna is hij met een klein circus meegegaan tijdens een zomertournee. Ik had hem beloofd dat ik zou komen kijken, en dat heb ik ook gedaan.
En daar stond hij, twaalf jaar oud. Technisch nog niet “af”, maar wat hij daar deed… hij wist gewoon een hele tent mee te krijgen. De mensen lagen plat. Hij droeg letterlijk de hele voorstelling.

Toen dacht ik: dit is er eentje.
Niet zomaar talent, maar iemand met iets extra’s.
Natuurlijk moet dat nog gevormd worden, en hij heeft begeleiding nodig. Juist die begeleiding die ik zelf in het begin heb gemist. Daarom geloof ik ook dat je jonge mensen niet eindeloos op hun eigen pad moet laten zoeken als je ziet dat er iets bijzonders in zit. Je moet ze helpen, richting geven, maar zonder het van ze af te nemen.

Dat gevoel heb ik wel vaker gehad. Bijvoorbeeld ook bij Demi, een danseres die bij ons haar carrière begon en bij Bravour the Show is gaan werken. Ze had net haar opleiding bij Lucia Marthas afgerond en stuurde een mail omdat ze graag showgirl wilde worden. Dat was haar droom.
Ik heb haar video’s bekeken en met haar gesproken en dacht meteen: dit is er ook zo eentje.
Ze kreeg een kans in onze show en liet daarna zien dat ze veel meer kon dan alleen dansen. Ze leerde snel, groeide enorm en pakte alles op en was al snel verantwoordelijk voor onze choreografieën en andere danseressen.

Het seizoen erna was ze als danseres mee op tournee bij het Duitse circus Roncalli.

Ondertussen had ik hier, waar ik zelf werk in het cabaret, ook de baas op haar geattendeerd. Ik zei dat zij iemand is die echt heel goed zou passen, omdat ze zelf ook aangaf dat ze graag stappen wilde maken richting Frankrijk. Nu is ze dé leading lady in de show van Cabaret de Licques.

Het is uiteindelijk altijd aan jezelf om het te doen, maar zulke duwtjes in de rug van mensen uit het vak die je serieus nemen, helpen enorm.

Vandaag de dag woont en werkt ze hier in Frankrijk en zit ze in het circuit waar ze altijd van droomde, richting shows als de Moulin Rouge.

En ik denk dat dat niet heel lang meer gaat duren voordat dat ook echt gebeurt.